Deense Zeeforel in het voorjaar

RON SMITS – Het voorjaar is een geweldige tijd voor het vissen op zeeforel in Denemaken. Een goede voorbereiding kan een visvakantie echter maken of breken. Ervaren zeeforelvisser Ron Smits neemt zijn visserij door en strooit met tips die de kansen op een succesvolle zeeforeltrip aanzienlijk vergroten.

foto’s: Ron Smits, Luc Mon & redactie

Jutland, Funen of Langeland behoren tot de beste plekken ter wereld om op zout water zeeforel te vangen. Daarmee is het niet gezegd dat de forellen uit zichzelf in je net zwemmen. Wil je succesvol zijn langs de Deense kust, dan doe je er goed aan het gedrag van deze vis goed te bestuderen: de migratie, de paai en het eetpatroon. Om met de paai te beginnen: in mei trekken de grote zeeforellen de rivieren op om later in het jaar te gaan paaien. De kleinere zeeforellen trekken tot in december de rivieren op. De populatie langs de kust neemt hierdoor vanaf mei wat af. Daarbij komt nog dat de watertemperatuur zeker in de vroege herfst te hoog is voor de zeeforel.

Wil je in zulke periodes kans hebben op een aanbeet, dan moet je plekken zoeken met een aflandige wind en liefst ’s nachts vissen op deze prachtige sportvis. Dat is één van de redenen waarom ik liever in het voorjaar op zeeforel vis. Zo gun je de zeeforel ook nog eens de rust om te paaien en daarna op krachten te komen.

Vanaf februari trekken de afgepaaide forellen (kelts) weer terug om vanuit de rivier, op het zoute water weer op krachten te komen. Eenmaal terug op zee pakken ze alles wat maar enigszins op voedsel lijkt. Vanaf april gaan de smolts (jonge zeeforel van een jaar oud en een lengte van ongeveer 18 tot 20 cm) ook voor het eerst de zee op.

deense zeeforel in het voorjaar
Een dik voorjaarsforelletje mag weer zwemmen.

Van larf tot maatse vis

Nadat zeeforellen hebben gepaaid, hangt het van de watertemperatuur af hoelang het duurt tot de larven uitkomen. Met de 410 graden/dagenregel is vrij nauwkeurig terug te rekenen hoeveel dagen de ontwikkeling van eitje tot larve heeft geduurd. Deel je het getal 410 door de gemiddelde watertemperatuur, dan is de uitkomst het aantal dagen van eitje tot larve. Dus: 410 gedeeld door 4,1 graad is 100 dagen.

Deze larven groeien in hun geboorterivier uit tot jonge zeeforellen, die parr worden genoemd. Na een jaar op de rivier zijn deze visje maximaal 20 centimeter lang. In die fase worden ze smolt genoemd. Deze smolts trekken naar zee en groeien daar uit tot Groenlanders: maatse vissen die nog niet hebben deelgenomen aan het paaiproces. De Groenlanders die je soms met regelmaat vangt, zijn dan vaak ongeveer 2 jaar oud.

Zeeforelvissen Denemarken voorjaar

Overspringers en kelts

Tot april storten de afgepaaide forellen zich op alles wat beweegt. Daarom is april mijn favoriete maand: de overspringers (forel die in het zoute blijft en dus niet deelneemt aan het paaien) zijn moddervet en daardoor bijzonder sterke sportvissen. Er is voedselnijd tussen de overspringers en de kelts (afgepaaide forellen). Voor ons komt goed uit.

Zeeforellen komen voor in scholen van vijftien tot dertig (of soms meer) vissen. Buiten aantallen is ook de kans op een grote zeeforel van meer dan 60 cm groot. Vanaf mei trekken de grote zeeforellen de rivier op om te paaien. Voordat ze de rivier optrekken eten ze nog eens hun buik vol. Ze zijn dan vaak tot dicht onder de kant aanwezig.

Als ik in de zomer vis, pak ik de momenten dat de watertemperatuur het laagst is. Dat is precies omgekeerd aan de tactiek die ik in het voorjaar volg. Een tiende graad hoger kan het verschil maken tussen wel of niet vangen. Onthoud gemakshalve voor de lente dat vissen met de wind op de kant vaak het succesvolst is. De zon verwarmt het oppervlaktewater en de wind blaast dit warmere water naar de kant. Houd wel rekening met de stroming. Hierdoor kan dit warmere water ergens anders terechtkomen.

Zeeforel Denemarken
Wind schuin op de kant, een bodem met voedsel en schuilplekken én de goede watertemperatuur, dat moet vis opleveren.

Watertemperatuur

Om voedsel tot zich te nemen heeft een zeeforel een watertemperatuur nodig van tussen de 5 en 16 graden, met 12 graden als ideaal. Ik zoek liever een iets lagere temperatuur op mijn stek dan die 12 graden, dan is het eenvoudiger om visconcentraties te vinden op wat warmere plekken.

Deense zeeforel in het voorjaar
Een maatse vis kiest het ruime sop.

Ligt de watertemperatuur onder of boven het omschreven temperatuurgebied, dan wordt zeeforel zeer passief. Hebben we een zeer strenge winter, dan is het zelfs mogelijk dat de zeeforellen de rivier optrekken om zo in een minder zout milieu te overwinteren. Deze forellen paaien niet, maar zoeken een plek om te overleven.

In april bereikt de watertemperatuur de magische 5 graden. Zeeforellen zijn langzaam gewend geraakt aan het zoutgehalte van het zeewater en trekken nu langs de kust. Ze zijn nu de gehele dag actief op zoek naar voedsel. Vooral de ochtenduren kunnen heel goed zijn. Met een stijgende watertemperatuur komen voedselbronnen als garnalen en zandspiering dichter onder de kust.

De beste stekken bevatten voedsel en schuilplekken. Het zijn plekken waar garnaaltjes, jonge haring, zandspiering, stekelbaarsjes en vlokreeftjes zich kunnen verschuilen.

Kunstaas voor zeeforel werkt in het late voorjaar ook uitstekend voor geep.

Stekken vinden

Bij het zoeken naar mogelijke stekken kan Google Earth een goed instrument zijn. Daarbij helpt ook alle informatie die je kunt vinden over stekken met bodemstructuren. Ik heb al aangegeven dat er voldoende voedsel aanwezig moet zijn op de stekken en schuilplaatsen. Op stekken die hieraan voldoen groeit vegetatie zoals zeegras en klappers (blaasjeskruid). Grote stenen op de stek zijn een gewilde en goede dekking voor een grote zeeforel, die wacht op een zandspiering en/of garnaal. Andere heel goede stekken zijn die plaatsen met zwinnen, die door Denen ‘badkuipen’ worden genoemd. Op de ondiepere gedeelten (meestal zand en vlak) warmt het water meer op dan in de diepere badkuipen zelf. Ook de badkuipen met een donkere bodemgesteldheid door stenen met blaasjeskruid en mosselbanken, warmen relatief snel op. Zodra de wind op de kant staat zijn dit bij uitstek goede visstekken.

Een natuurlijk haventje: volop schuilplekken voor zeeforel.

Direct na een heel koude winter kunnen plaatsen waar er een flinke stroming staat ook voor een aangename verrassing zorgen. De stroming zorgt voor een toevoer van warmer water uit de diepte. Dit trekt zeeforel aan.

Nog één tip: Probeer een gekozen stek altijd rond hoog water te bevissen. Hier zijn helaas geen betrouwbare tabellen voor. Het hoogwater is hier niet alleen afhankelijk van het tij, maar ook van de wind en stroming. Lokale hengelsportwinkels hebben vaak actuele informatie.

Er zijn goede boekjes te koop over de zeeforelvisserij Funen, Jutland en Langeland. Vooral Der Angelführer, maar ook het gidsje 117 Fine Fishing Spots van Havørred Fyn geven heel goede informatie over de bodemgesteldheid en ligging van een groot aantal stekken. Deze boekjes bevatten luchtfoto’s met stekken. Met een beetje oefening lukt het je snel deze foto’s te vertalen naar zeeforelstekken. Deze boekjes zijn te koop bij goede hengelsportwinkels, Der Angelführer is ook online te koop bij der-angelfuehrer.de/shop en bij Bol en Amazon. 117 Fine Fishing Spots is te koop bij verschillende toeristische websites van Funen en Langeland.

Er zijn hele goede gidsjes te koop die boordevol stekken en tips staan.

Zeeforelstekken lezen

De stekkeuze is één, het lezen van de stek is twee. Probeer de stek van een hoogte te bekijken. Je ziet waar de zandvlakten liggen en de badkuipen en je kunt diepere plekken zoeken. Vooral waar de diepere (donkere) plekken overgaan in de zandvlakte kunnen meer dan interessant zijn. Vaak pakt de zeeforel juist op de overgang naar de zandplaat je kunstaas.

Soms heb je het geluk dat je jagende vis in het oppervlak ziet.

Heeft de stek een bodem met lichte zandplekken afgewisseld met donkere ‘vlekken’ van begroeide stenen en vegetatie? Deze typische ‘luipaardbodem’ is altijd het proberen waard. Ook aangespoelde planten zeggen iets over een stek. Bruin zeewier (klappers) hecht zich aan stenen en komt voor tot op een diepte van 5 meter. Zeegras komt hoofdzakelijk voor op een diepte van 2 tot 8 meter, waar allerlei garnalen en andere prooidieren zich schuil houden. Losgeslagen rood (hoorntjes)wier is een plaag van spin- en vliegvissers. Het komt veel voor op een kiezelbodem en duidt op een waterdiepte van 10 tot 15 meter. Zeewieren die vastzitten aan grote kiezels en rotsen kunnen een kerkhof zijn voor lood en kunstaas.

Ga niet meteen het water in, zodat je de vis onder de kant niet verjaagt.

Heb je een stek gevonden, ga dan als volgt te werk. Ga niet meteen het water in, maar blijf eerst aan de kant. Vaak zit de zeeforel in de eerste badkuip. Direct het water in waden verjaagt deze vis. Als het niet noodzakelijk is, ga dan helemaal het water niet in, maar blijf aan de kant. Waarom een risico op een nat pak lopen als dat niet nodig is.

Meters maken

Naarmate je meer ervaring krijgt ontwikkel je een zesde zintuig voor het ontdekken van de aanwezigheid van zeeforel. Zag ik er daar eentje springen? Was dat een staart van de zeeforel die op de bodem naar voedsel zoekt? Zijn dat zandspieringen? Was dat een kolk? Staat daar een schooltje met zeeforellen? Volgt een zeeforel mijn kunstaas? Pierenhoopjes, garnalen? Vis geconcentreerd en las af en toe een pauze in, zo blijf je scherp.

Je kunt veel stekken bevissen en dus veel onderweg zijn, maar is dat altijd wel zo handig? Als je veel gaat rijden kun je veel stekken bevissen, maar kun je ook net te laat aankomen of net te vroeg vertrekken. Bovendien kun je niet vissen als je onderweg bent. Als de stekkeuze goed is, is de kans zeer groot dat de zeeforel zich vroeg of laat aandient. Ze moeten immers eten. Daar wachten we op.

Hoe gaan we te werk? Maak vanaf het strand een denkbeeldige halve cirkel over het water voor je. Zelf sta je in het midden van de doorsnedelijn. Begin te vissen door het kunstaas in een hoek van 45 graden naar rechts te gooien. Zo werp je de cirkel af tot het kunstaas op 45 graden naar links terechtkomt. Je doet een paar stappen naar rechts en herhaalt het proces. Als je gaandeweg een aantal van deze cirkels hebt afgeworpen, heb je al snel duizenden vierkante meters nauwkeurig afgevist.

Door een stek systematisch aan te pakken kun je duizenden vierkante meters nauwkeurig afvissen

 

Spinstops

Een zeeforel haalt gemakkelijk 12 kilometer per uur en kan die snelheid lang volhouden. In een explosieve uithaal naar een prooi is de forel nog sneller. Die snelheid vertaalt naar de molens waarmee we vissen ziet er als volgt uit: 12 kilometer per uur is 3,33 meter per seconde. Een 2500 molentje haalt ongeveer 80 centimeter lijn per slag binnen. Wil je dus de snelheid van een zeeforel evenaren met je kunstaas, dan moet je ten minste 4 slagen per seconde maken. De conclusie van deze berekening is: je draait eigenlijk nooit te snel binnen.

Zeeforel Denemarken
Deze volger pakte pas na een spinstop het kunstaas.

Ik probeer tijdens mijn visserij 3 tot 4 slagen per seconde te halen. Die slagen wissel ik wel af met spinstops. Die stops zijn vaak dé momenten waarop de zeeforel toeslaat. Zit er een volger achter het kunstaas, blijf dezelfde snelheid draaien en pas een spinstop toe. Heel vaak stort de vis zich dan op het aasje. Het is een spectaculair gezicht en je zult niet de eerste zijn die de eerste aanbeet op deze manier mist. Gelukkig baart oefening kunst.

De aanbeet van een zeeforel is snoeihard. Zelf sla ik nooit aan maar houd ik de lijn strak. Vaak haakt de zeeforel zichzelf. In sommige gevallen voel je dat de forellen je kunstaas aantikken. Probeer dan maar eens rustig door te vissen.

Drijvende lijn

Mijn zeeforelspinhengels zijn tussen de 2,75 tot 2,95 centimeter lang en kunnen een werpgewicht aan van 25 tot 30 gram. Het molentje erop hoeft niet zwaarder te zijn dan klasse 2500 tot 3000 met op de spoel minimaal 150 meter gevlochten lijn met een treksterkte van een kilo of 6. Kies altijd een drijvende lijn. Er is namelijk niets vervelender dan een de lijn die voortdurend in waterplanten of achter stenen vastraakt. Met een gehaakte zeeforel is dit zelfs funest en loop je het risico de vis te verliezen door lijnbreuk. Je zult niet de eerste zijn die dan door lijnbreuk de zeeforel kwijtraakt.

Het materiaal van de auteur met rechtsonder een thermometer voor het meten van de watertemperatuur.
Belangrijk zeeforelkunstaas: ‘kustplugjes’ en slanke lepels.

Extra splitring

Bij het bevestigen van de haak aan je kunstaas, doe je er goed de haak met twee kleine splitringen te bevestigen. Hiermee geef je de haak meer bewegingsvrijheid en voorkom je dat de gehaakte zeeforel zich loswringt door rond te tollen.

Het spreekt voor zich dat haken altijd vlijmscherp moet zijn. Zet ze dan ook regelmatig aan en kijk of ze niet zijn verbogen door bijvoorbeeld de aanraking met een steen. De kaak van een zeeforel is hard. Alleen zeer scherpe haken hebben genoeg inhakingskracht om de zeeforel in het net te doen belanden.

Kunstaas voor zeeforel
Een dubbele splitring zorgt ervoor dat een zeeforel zich niet zo snel loswerkt

Het kunstaasassortiment hoeft niet uitgebreid te zijn. Met pluggen (kustvobbler), lepels en spinners heb je genoeg bij je om waar dan ook zeeforel te vangen. Zit er later in het voorjaar zeeforel op de stek, dan kun je hetzelfde kunstaas gebruiken. Het spreekt vanzelf dat je het gewicht van het kunstaas aanpast aan het werpgewicht van de hengel waar je mee vist.

Deense hengelsportzaken hebben vaak een grote variëteit aan kunstaas in allerlei gewichten, kleuren en vormen. Ik vis graag met kustvobblers zonder lip. Deze werpen fantastisch en doordat ik vaak hetzelfde kunstaas gebruik voel ik precies aan wat het kunstaas onder water doet

1000 worpen?

De zeeforel wordt nogal eens de vis van de 1000 worpen genoemd. Dat klinkt niet erg aantrekkelijk voor de visser die zich deze visserij eigen wil maken. Het is ook zeker niet altijd waar.

Ik hoop in ieder geval dat mijn bevindingen genoeg informatie bevatten om met een betere techniek en meer kennis over stekkenkeuze naar de Deense kust te trekken. Het zou zo maar kunnen zijn dat er heel wat minder worpen nodig zijn om jouw eerste zeeforel in het net te krijgen. Succes!

>| LEES ALLES OVER VISSEN IN DENEMARKEN

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties.
  • Reactie toevoegen

    Vanaf NU niets meer Missen?

    De Mooiste Bestemmingen & Winacties Direct in je Mailbox!
    Inschrijven
    close-link