Forelvissen in de Pyreneeën

TOM SINTOBIN | Forelvissen in de Pyreneeën – Spanje staat bij ons vooral bekend als een topbestemming voor meerval, snoekbaars en blackbass, en voor blauwvintonijn voor wie voor het zilte nat kiest. Dat het echter ook een fantastisch land is voor vliegvissers, is veel minder geweten. En dat is onterecht, aldus Tom Sintobin, want je kunt er echte wilde bruine forellen vangen in alle formaten. In deze bijdrage vertelt Tom over zijn tripje in juni van dit jaar, waarop hij binnen de vijf minuten al zijn PR wist te verbreken….

Fotografie: Joris Nieuwenhoff, Marco Kraal en Tom Sintobin.

Mooier dan nu zal het nooit gaan… Deze zin uit een liedje van de Nederlandse popgroep De Dijk flitste meermaals door mijn hoofd tijdens mijn laatste tripje naar de Spaanse Pyreneeën. Zo idioot mooi was het er dat ik soms vergat dat ik er was om te vissen, en gewoon maar wat op een rots ging zitten kijken naar het voorbij-zingende water, naar de paarden die in galop voorbijraasden, naar de koeien die de rivier overstaken of naar de forellen die een vliegje uit het oppervlakte slurpten. Dat laatste miste zijn effect evenwel nooit: meteen stond ik weer op scherp, alert, klaar om mijn vernuft te meten aan dat van een beest dat zo mooi is dat een kunstenaar het niet had kunnen verzinnen…

A river runs through, maar dan zonder stand-in.

Ik ben nog lang geen ervaren vliegvisser: ik begon er pas twee jaar geleden mee. Vliegbinden kan ik nog niet dus ik vis met wat vismaten te geef en hengelsportzaken te koop hebben, en over mijn werpskills zullen we het maar niet hebben. Ik zie helder voor me wat ik moet doen, dat is het probleem niet.

Als ik denk dat ik mijn vliegje wel even netjes en subtiel in de luwte achter die steen daar ga plaatsen, kan je er donder op zeggen dat hij in het wier erop belandt, en als ik van plan ben om een nimfje heel sneaky onder wat overhangende takken te laten schuifelen, dan resulteert dat doorgaans in een potje touwtrekken tot de leader breekt.

Brad Pitt in de bekende film A river runs through gooit honderd keer beter dan ik. Ik troost me echter met de wetenschap dat Pitt niet zelf stond te gooien, maar dat overliet aan een stand-in. En ik las onlangs dat de vissen die hij ving uitgehongerde uitzetters waren. Niets van dat alles in Spanje: de vissen zijn geboren en getogen in deze bergrivieren en dus 100 procent wild, en een stand-in was ik vergeten in te pakken.

Ik zou ze dus helemaal zelf moeten vangen, zonder gefoefel. Ik had me voor de zekerheid al wel mentaal voorbereid op een taai tripje, want een aantal vismaten had me gewaarschuwd dat de Spaanse forellen het klappen van de zweep wel kenden.

forelvissen in spanje
Een stevig robbertje drillen.

 

Snel succes

Iedereen die wel eens een visreis heeft gemaakt, weet hoe het gaat: je bent urenlang onderweg geweest – in mijn geval kwamen er treinen, een vliegtuig en een huurauto aan te pas –, maar dan sta je eindelijk toch op de oevers van het water dat jou al zo lang riep. Er komt een waas voor je ogen, haastig tuig je je hengel op. Natuurlijk vergeet je de lijn dan door een van de oogjes te voeren, en met nerveus trillende vingers een onderlijn door een minuscuul haakoogje krijgen valt ook niet echt mee. Maar uiteindelijk lukt het me en kijk ik met een hengel in de hand vanop een grote rots, over de bovenloop van de Segre-rivier uit.

Een grote forel laat zich even zien, vlak voor de metershoge steen waarop ik sta, alsof hij me wil verwelkomen. Ik wacht even op mijn vismaat Joris, maar die is aan het bellen met een klant en het ziet ernaar uit dat dat nog wel even kan duren. Ik laat me voorzichtig zakken tot ik bij het water kan en werp mijn streamertje – een rode wooly bugger die ik een metertje onder een strike indicator (dat is vliegvisserstaal voor ‘drijvertje’) heb gehangen -stroomopwaarts van waar ik de vis zag.

De stroming voert mijn montage mee, waarbij ik ervoor zorg dat mijn streamer de stroomnaad precies volgt. Dat is bij deze techniek, het zogenaamde dead drifting, extreem belangrijk, zo heb ik al een paar keer ondervonden: als een aasje een onnatuurlijk traject volgt, vertrouwen de forellen het zaakje vaak niet. Dat is in feite ook wel logisch natuurlijk, want de meeste larven en insecten zijn nu eenmaal niet sterk genoeg om iets anders te doen dan zich met de stroming mee te laten voeren. Op het einde van die eerste drift zie ik dat mijn indicator plots stil valt en met een rukje een paar centimeter onder water verdwijnt. Bodem, is mijn eerste gedachte, waarschijnlijk is het minder diep dan ik had ingeschat.

Voor de zekerheid sla ik toch maar aan, en een fractie van een seconde later breekt een enorme forel door het oppervlak. Woest springend probeert het beest zich van de haak te ontdoen. ‘Joris,’ brul ik, ‘ik heb er een bak van een forel aan!’ Het duurt even voor hij op zijn dooie gemakje komt aangesjokt, iets mompelend dat verdacht veel klinkt als ‘hou een ander voor de gek, ventje!’ De aanblik van mijn hoepelkromme #4 schudt hem echter in een klap wakker en met de camera in de aanslag filmt hij de rest van de dril. Wanneer de vis eindelijk in mijn net ligt, kan ik mijn ogen niet geloven. Een zwaar gebouwde bruine forel van rond de zestig centimeter, prachtig getekend. ‘Mijn trip is nu al geslaagd Joris,’ stamel ik. ‘Wát een juweeltje!’

Een nieuw PR bij de eerste worp.

Karpers op de kust

Even later waden Joris en ik door de rivier. Joris vist met de spinhengel en allerhande soorten kunstaas, ik blijf met de vliegenhengel aan de slag. Na een kwartiertje zie ik een donkere schaduw rondscharrelen op een metertje of vijftien bij me vandaan. Ik kan niet goed zien wat het is, alleen dat het nog een stuk groter is dan de forel van daarnet.

Ademloos breng ik mijn lijn op lengte en gooi de wooly bugger op een half metertje van de bek van de vis. Vrijwel meteen maakt de strike indicator weer een gekke beweging en sla ik vast op iets massiefs, dat eerst niet reageert maar er daarna als de vliegende bliksem vandoor stuift. ‘Als dit een forel is,’ roep ik naar Joris, ‘dan is het the mother of all’. Ik probeer de vis zo goed en zo kwaad als dat gaat te volgen, om te vermijden dat hij de her en der boven water uitstekende rotsen gebruikt om de lijn door te snijden.

De dril lijkt eindeloos te duren, maar eindelijk kunnen we het net er dan toch onder schuiven. De vis past er net in, en het is de mooiste schubkarper die ik ooit zag. De bek is fel oranje, met vlezige lippen waarin mogelijk nog nooit een haak heeft geprikt. Het volgende uur vang ik nog een paar forelletjes en karpers bij, alle schubkarpers met de bouw en zeker ook de kracht van een boerenkarper.

Niet ‘the mother of all trout’ maar een loeisterke karper.

De shads en spinners van Joris worden genegeerd, maar wanneer we aan zijn spinhengel ook een drijvertje met daaronder een rode wooly bugger monteren, lukt het ineens wel. Hij weet zelfs de enige spiegelkarper van de dag te strikken! Alle karpers die we vangen zijn opvallend oranje gekleurd, iets wat we later die dag beter begrijpen als we in de oeverzone kijken en de resten van knalrode (Noord-Amerikaanse) rivierkreeftjes zien liggen. Dat verklaart meteen ook waarom juist de rode wooly bugger zo succesvol was: allicht zagen de vissen die aan voor een babyrivierkreeft.

Joris ving ze met de spinhengel.

De spiegelkarper van Joris dook tijdens de dril in de kuil waar ik bij aankomst de dikke forel had gestrikt. Gek genoeg kwam er daarbij een grote forel rond de zich heftige verwerende karper cirkelen; mogelijk was het beest opgehitst door al het tumult en dacht het dat er iets te halen viel. Nadat hij de karper had teruggezet, bestookte Joris de kuil een uur lang met alles wat hij bij zich had – like you would do –, maar dat leverde niets op.

Nadat hij het had opgegeven, besloot ik toch ook even een poging te wagen, en het was alsof de duivel ermee was gemoeid: al na een paar driftjes schoot de drijver opnieuw weg en kon ik weer aan de bak met andermaal een gigantische forel. Het beest liet me alle hoekjes en kantjes van de rivier zien en ik doorstond duizenden angsten dat hij zou losschieten, maar het geluk was aan mijn zijde. Dit beest was zo mogelijk nog mooier dan de andere, en zowaar nog iets langer ook – weer een PR! Ik zat op een wolk waar ze me voorlopig niet meer van afkregen…

De vierde forel van de dag was opnieuw een PR.

Euronymphing

De volgende dag gingen we natuurlijk meteen terug naar de wonderbaarlijke kuil. Toen ik naar het water keek, rook ik al nattigheid: het stroomde niet. Het had die nacht geregend en daardoor had de stroomnaad zich verplaatst. Geen van de plekken waar we een dag eerder vissen hadden gevangen, leverde iets op. Op een stek waar we nog niet waren geweest, zagen we een local staan die net een dikke forel terugzette. Daar moest ik het fijne van weten en dus bleef ik hem een poosje observeren. De man viste met een zeer lange hengel en een ontzettend lange leader – zeker acht meter.

Hij gooide twee nimfjes telkens stroomopwaarts en liet ze korte driftjes maken, voor hem langs. De hengel hield hij met een gestrekte arm voor zich, en hij volgde de drift met de hengeltop. Ook al had ik het zelf nog nooit gedaan, toch wist ik meteen wat hij aan het doen was: Euro-nymphing. Deze techniek kent verschillende varianten – van Czech nymphing over French nymphing tot Spanish nymphing –, en gezien de locatie was ik naar die laatste variant aan het kijken.

Zelfs in de bar rook het naar forel.

Dit euronymphing is een vorm van vissen die je nog het beste kunt vergelijken met verticalen op snoekbaars: je laat een op een tungstenkopje gebonden imitatie van een larve de contouren van de bodem volgen. Om dat goed te doen, heb je een hengel nodig van 10 of zelfs 11 voet, in de gewichtsklasse 3 of 2. Hij moet gevoelig zijn in de top zodat je bodemcontact kunt houden, en parabolisch genoeg om je toe te laten met zeer dunne onderlijnen te vissen.

Ik had niet de juiste hengel bij me hiervoor, en mijn kennis van de techniek beperkte zich tot het ooit eens bekeken hebben van een paar youtubefilmpjes, maar na al die uren zonder actie besloot ik het zo goed en zo kwaad als het ging te imiteren met wat ik bij me had. When in Rome, act like the pope zeggen de Engelsen altijd, en nadat de local was opgekrast ging ik op de plek staan die hij had verlaten. Ik begreep meteen waarom hij daar had postgevat: net na een ondiepe stroomversnelling, precies op het punt waar het water weer dieper werd. Dikke nimf eraan, arm gestrekt om zo ver mogelijk te komen en hop, vissen maar.

Na vijf minuten kreeg ik kramp in mijn arm en besloot ik dat vissen niet voor niets vinnen hadden en dus ook wel de moeite konden nemen om vlak voor mijn voeten te komen azen. Nog vijf minuten later liep mijn nimf vast aan een steen op de bodem, met lijnbreuk tot gevolg. Het duurde nog eens vijf minuten voor ik klaar was met vloeken en de boel opnieuw gemonteerd had met een iets lichtere nimf.

Een Spaanse barbeel op de nimf.

Maar dan! Ik kon het zelf niet geloven, maar al bij de eerste drift met de nieuwe montage knalde er een forel op. Een fractie van een seconde toonde het beest zich in de oppervlakte – het betrof weer een ernstig exemplaar – maar toen schoot hij los, mij vloekend achterlatend. Mijn vertrouwen was echt weer helemaal terug en ik werd ervoor beloond ook, toen iets echt geen twee meter van mijn tenen de nimf pakte en er als een stoomtrein vandoor stoof. De vis was sterker dan alles wat ik de dag ervoor gevangen had, en het duurde lang voor ik kon zien wat het was: een zogenaamde Luciobarbus bocagei – een van de maar liefst negen barbelensoorten die je in Spanje kunt vinden. Hij kan meer dan een meter lang en 10kg plus worden, en kenners beschouwen het als een van de allerfelste vechters. Dat heb ik geweten, met mijn #4’tje, met een onderlijntje van 17/00 fluorocarbon eraan…

Miguel landt een vis voor Akke.

Forelvissen in de Pyreneeën – De bergen in

Na deze twee spannende dagen in de uitlopers van de Pyreneeën zochten Joris en ik ons geluk hogerop. We deden dat in uitstekend gezelschap: Marco Kraal en zijn vrouw Akke, en Miguel, een Spaanse gids die het hooggebergte als zijn broekzak kent. Het concept was eenvoudig: een hotelletje naast een zeer visrijk stuwmeer hoog in de Pyreneeën functioneerde als uitvalsbasis, en elke dag bevisten we een ander riviertje. Die kristalheldere bergstroompjes bleken een uitstekend bestand te hebben aan bruine forelletjes.

Je moest er soms wat klauterwerk voor over hebben en op sommige stukken bleken struiken te groeien die wel heel erg bedreven waren in het stelen van vliegen, maar als je dan bij een wat dieper, azuurblauw gekleurd pooltje stond te drillen, genoot je met volle teugen van het avontuur in dit nog bijna ongerepte gebied. Groot waren deze vissen niet, maar stuk voor stuk zagen ze er als juweeltjes uit. Werkelijk geen stip zat er verkeerd!

 

 Ze waren heel goed met de droge vlieg te vangen en we genoten dan ook met volle teugen van elke spetterende aanbeet. De kans om mijn nymphing-skills wat te verbeteren onder begeleiding van een zeer ervaren gids liet ik echter niet glippen en dus heb ik zelf ook best veel ‘genympht’. (Ik geef toe dat dat wat vunzig klinkt, en al helemaal als je weet dat Marco een hengel bij zich had die Nymphmaniac heet…) Miguel heeft me in een paar uur tijd meer geleerd over deze techniek dan duizenden YouTube-filmpjes hadden kunnen doen.

Van werpen met een extreem lange leader tot driftcontrole en beetregistratie: je leert het allemaal zo veel beter en sneller van een echt mens dan van een computer… En al helemaal als het een mens is als Miguel, met eindeloos geduld, een scherpe blik en het vermogen om een complexe techniek in mensentaal uit te leggen. Het verraste me dan ook niet toen hij me vertelde dat hij een vliegvisschool voor kinderen had opgericht. Misschien vond ik dit nog wel het allermooiste van deze trip: dat ik de beginselen van een nieuwe techniek heb geleerd die ik ook elders kan inzetten. Of opnieuw in Spanje, want dat ik hier zo snel mogelijk terugkom staat vast!

Praktische informatie

Voor het hooggebergte kan je het beste in de zomer gaan als de sneeuw en het ijs weg zijn, voor de lagere gebieden zijn lente en herfst de topperiodes. Op sommige stukken rivier en in het stuwmeer mag je ook met de spinhengel vissen, op voorwaarde dat je kunstaas voorzien is van een enkele haak zonder weerhaak. Plugjes, lepeltjes en spinners voldoen prima. Als vliegvisser heb je genoeg aan een #4 van 9ft en een #3 van 10ft als je wil nimfen. Wij visten vooral met CDC-vliegjes en met nimfen van het Perdigon-type – alles weerhaakloos. Een goed waadpak en een schepnet zijn onmisbaar. Wil je dit ook een keer meemaken? Check Visreis.nl

|> DIT ARTIKEL VERSCHEEN EERDER IN BEET MAGAZINE

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties.
  • Reactie toevoegen

    Vanaf NU niets meer Missen?

    De Mooiste Bestemmingen & Winacties Direct in je Mailbox!
    Inschrijven
    close-link