Ierse Pollak vanuit de Bellyboot

FREDDY CROMHEECKE –  Ierse pollak vanuit de bellyboot. Dat Ierland een schitterend visland is, hoeven we waarschijnlijk aan geen enkele lezer van dit blad meer te vertellen. Elk jaar weer reizen er heel wat vissers uit de Lage Landen naar het ‘groene eiland’ af om er op snoek, zalm, zeelt, brasem of forel te vissen. Of om er vanaf een boot op zee te vissen. Freddy Cromheecke ontdekte er echter nog een andere tak van sport, die garant staat voor spectaculaire visdagen: vissen met de bellyboot op het zoute nat, op pollak meer bepaald. In dit stuk legt hij uit hoe hij dat aanpakt…

Foto’s: auteur en vrienden

Ken jij een vis die loeisterk is, maar toch met relatief licht materiaal bevist kan worden vanuit een bellyboat? Een vis die niet dag en nacht belaagd wordt door hele horden fanatiekelingen, en die dan ook nog niet alle kunstaasjes bij naam en toenaam kent? En, ook niet onbelangrijk, die in voldoende aantallen aanwezig is zodat je ook als je geen half mensenleven de tijd hebt leuke vangsten kunt boeken? Wel, die vis hebben mijn vismaat Felix en ik gevonden.

Duizenden roofvissers trekken elk jaar naar Ierland om er op snoek en salmoniden te vissen, of vanaf een boot op zee. Daar is natuurlijk niets mis mee, ook wij doen dit graag. Maar al die vissers laten de kust meestal links liggen, en dat is in onze ogen een vergissing. Al ruim tien jaar beleven wij daar namelijk echt gouden tijden vanuit onze bellyboten. In al die tijd hebben we nog nooit een ‘bellybotende’ concurrent tegengekomen op het water en de Ieren zelf kijken meestal wat meewarig als ze ons bezig zien in onze opblaasbandjes.

 Ierse pollak vanuit de bellyboot
De Ieren vinden ons maar rare snuiters 🙂

 

OVERWELDIGENDE NATUUR

Die rare blikken van de locals storen ons niet, want wij weten wel beter. Dankzij onze bellyboten kunnen wij namelijk plaatsen bevissen waar je anders onmogelijk kan komen vanaf de kant. Zelfs tegenover bootvissers zijn we vaak in het voordeel; we driften namelijk veel minder snel van de hotspots af doordat we beduidend minder impact hebben van wind en de (sowieso al beperkte) stroming. Zo’n drijvende stoel is daarnaast ook de perfecte plek om intens te genieten van de overweldigende natuur die de rotskust van Zuid-West-Ierland ons schenkt.

Je vist er bijvoorbeeld samen met jan-van-genten, die zich met samengevouwen vleugels als een pijl in het water storten. Zeehonden komen regelmatig een kijkje nemen, nieuwsgierig naar die rare wezens met zwemvliezen. Ooit zagen wij zelfs een fontein van water uit de zee spuiten; dat moet wel een walvis geweest zijn. Soms voel je je echt heel klein, drijvend naast enorme rotswanden boven zeer diep water… En dan vraag je je af; wat ben ik hier in godsnaam aan het doen?

Wat ben ik hier in godsnaam aan het doen?

VEILIGHEID BOVEN ALLES

En toch is deze tak van sport lang niet zo riskant als ze eruit ziet. De gulden regel is eenvoudig: gebruik je verstand en doe geen domme dingen. Veiligheid voor alles – dat geldt in het dagelijkse leven, maar zeker ook bij het bellybootvissen. Je vist vanuit een notendopje in een ontzettend grote slok water. Draag daarom altijd een betrouwbare zwemvest, kijk regelmatig naar het weerbericht en zoek zo de beste plaatsen uit. Google Earth vormt hierbij een goede hulp. Die grillige, door woeste stormen uitgehouwen rotskust is namelijk niet alleen een lust voor het oog, maar biedt ons ook nog een groot voordeel: je vindt er namelijk meestal wel een baai waar je wat beschut kan vissen uit de wind…

De in- en uitstapplek verdient bijzondere aandacht. Je moet er namelijk rekening mee houden dat er verschillende zwinnen liggen die er bij hoog water misschien wel ideaal uitzien, maar pijlsnel weer leeglopen bij laagtij. Ooit hebben wij die fout gemaakt om er op zo een leegstromende plaats uit te komen. De lokale groep zeehonden lachen volgens mij nog steeds om die ‘als-gek-peddelende’ Belgen… Raadpleeg dus een getijdentabel en kies voor de uren rond de kentering om te beginnen of te stoppen, want dan stroomt het nauwelijks tot niet.

Kies zorgvuldig een geschikte in- en uitstapplek.

KERMISGEVOEL

Eenmaal uitgevaren heb je gek genoeg amper nog last van stroming. Die is namelijk vele malen minder hard dan op onze eigen Noordzee. Deining daarentegen komt er veel voor. Tussen Amerika en Ierland ligt er immers niets dan oceaan, waar de wind vrij spel heeft en de golven opstuwt en zo deining veroorzaakt. De eerste keer dat je met je bellyboot op zo’n deiningsgolf surft, krijg je wel een beetje een kermisgevoel. Zeker als je net over de top van een twee meter hoge golf bent gekomen en het gevoel hebt naar beneden te glijden.

Bij de traag komende, lange golven is dit echter volstrekt niet gevaarlijk, op voorwaarde dat je de ruimte hebt. Dan volg je met je vaartuig gewoon het lome traject van de golf, zonder enige probleem. Het is echter aanbevolen om niet te dicht bij de rotsen te komen, waar de golven op breken. Dit gaat immers samen met een massa schuimend, opspattend water, dat kolkt en gekke dingen doet.

Blijf uit de buurt van de brekende golven.

 

 

Blijf dus op voldoende afstand van de rotsen als er deining staat. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan, want meestal zijn die rotsen, en dan zeker de rotsen die onder water doorlopen en daar een onderwaterheuvel vormen, dé topstekken voor de pollak. En niet alleen voor pollak; alles wat in zee leeft houdt van zo’n biotoop, die heel voedselrijk is. Kijk maar eens waar de boeien van de kreeftenvisser liggen… Als er dan ook nog kelp rond groeit, vormt zo’n stek al helemaal de jackpot. Als je een pollak bekijkt zie je gewoon aan zijn kleur dat hij en de kelp samen passen; camouflage ten top.

 Ierse pollak vanuit de bellyboot
Een pollak heeft de kleur van zeewier; camouflage ten top!

 

‘OUDERWETS’

In bellybootland is er heel wat veranderd de laatste jaren, maar wij vissen nog steeds met het oudere type bellyboot; met flippers in plaats van een elektromotor. Wij trekken namelijk rond met de camper en dan moet je gewicht besparen, en ook de accu’s opladen zit er vaak niet in. Een heel groot nadeel vinden wij dit echter niet, want zo blijven we extra mobiel. En ook met flippers kan je best grote afstanden afleggen, als je maar rustig aan doet.

MATERIAAL

Dat kelp is de reden dat je materiaal honderd procent in orde moet zijn. Als een pollak eenmaal de kelp bereikt, kan je er een kruis over maken. Je krijgt ze met geen mogelijkheid nog uit die leerachtige plant. Daarom gebruik ik een robuuste spinhengel met een werpgewicht van 50 gram en daarop een 3000 tot 4000 molen. Als hoofdlijn gebruik ik een gevlochten lijn met een diameter van 0.15 mm, en een metertje fluorocarbon 40/00 als voorslag. Wil je met de vlieg vissen, dan gaat dat prima met een hengel uit de klasse aftma 7of 8. Op de vliegenreel zet ik een snelzinkende 7-lijn, en als leader gebruik ik opnieuw een meter 40/00 fluorocarbon.

 Ierse pollak vanuit de bellyboot
Prachtige sportvis op licht materiaal!

Ons kunstaas is in de loop der jaren behoorlijk veranderd. Vroeger visten we veelal met twisters en pilkertjes, en met de befaamde red gills. Natuurlijk kan je daar nog altijd goed mee vangen, maar toch vissen we tegenwoordig vooral met streamers met behoorlijk wat glitter erin. Deze patronen binden we zelf op haken nummer 4 tot 1/0, en ze vangen uitstekend aan de vliegenlat. Ook binden we wat streamers op loodkopjes van 20 tot maximaal 25 gram (haakmaat 1/0-3/0), voor het geval we met de spinhengel willen streameren.

Rubberen kunstaas kan natuurlijk ook altijd; vooral met slanke shads die niet al te veel actie vertonen hebben we al veel successen geboekt. Om het kunstaas wat meer te laten opvallen, zet ik er graag een toefje flashabou voor, zodat het glittert. Overigens kan je ook prima met onverzwaarde twisters, redgills en streamers vissen aan de spinhengel door gebruik te maken van een Carolina-systeem.

Zet dan een loodje van 20-25 gram met centraal gat op de hoofdlijn, en stop het af met een warteltje en een kraaltje. Daaraan komt dan de onderlijn. En tot slot wil ik graag nog een ander prima kunstaasje is een zogenaamde bladpilker: die maken heel veel trillingen onder water, die je tot in je handvat voelt, en dat kan soms het verschil maken.

Een toefje flashabou voor de shad kan wonderen doen.

IERSE POLLAK VANUIT D EBELLYBOOT – TECHNIEK

Bij mij gaat het vissen als volgt. Na de inworp laat ik het kunstaas afzakken en hierbij tel ik in mijn hoofd mee om te achterhalen hoe diep ik kan vissen. Dan tel ik bijvoorbeeld tot 15 voordat ik begin met binnendraaien/-vissen. Zit ik dan meteen vast, dan tel ik bij de volgende worp maar tot 13 tellen. Gebeurt er niks geks, dan laat ik het kunstaas daarna twee tellen langer zakken, enzovoort. Daarna draai ik op een matig tempo binnen, ongeveer een omwenteling van de slinger per seconde.

Tijdens dat binnenvissen laat ik het aas regelmatig weer iets zakken door een spinstop in te lassen van ongeveer twee tellen. Let wel op dat je dit niet vlakbij de bodem of het wier doet, want anders loop je misschien vast. Je zal zien dat je regelmatig kleine tikjes op je aas krijgt tijdens het binnenvissen. Sla dan niet gelijk aan, maar wees extra alert, want dikwijls zuigt de pollak pas in de laatste meters het aas helemaal naar binnen. Het gebeurt ook regelmatig dat je een vis mist bij het aanslaan, maar dat er direct een andere kandidaat is. Dit wijst erop dat ze in groep je kunstaasje volgen.

De rover met de grote ogen.

Ga er maar eens goed voor zitten als je een vis gehaakt hebt, want een gehaakte pollak wil maar één ding: snel terug het kelpwoud in. Om dat te bereiken sprint hij met alle kracht die hij in zich heeft naar beneden. De hengeltop wordt daarbij regelmatig in het water getrokken. Wat je moeten doen is dan ook glashelder: je moet verhinderen dat de vis veel lijn kan nemen.

Stel je slip dus maar heel zwaar af, en dril niet met de zachte hand. Volgens mijn bescheiden mening doet de dril van een mooie pollak absoluut niet ondervoor die van een zeebaars. In mijn beginjaren viste ik iets te overmoedig (en gulzig) met twee vliegen aan mijn vliegenhengel, maar na een drietal doubletten moest ik met kramp in mijn armen het tweede vliegje eraf snijden.

Een met de natuur…

TOTAAL ANDERE VISSERIJ

Verder wil ik je aanraden om eens een verticaalhengel mee te nemen. Daarmee vis je dan niet op pollak, maar op de vele kleurige lipvissen die op dezelfde stekken voorkomen. Met een klein shadje of met een stukje natuurlijk aas kan je met volle teugen genieten van een keer een totaal andere visserij. Een shadje van 6 of 7 cm is hiervoor ideaal, vooral in de kleur redhead. Een loodkopje van 12 tot 15 gram volstaat meestal wel.

Als je met natuurlijk aas wil vissen, kan dat prima op een haakje nummer 2 dat je via een zijlijntje boven een licht loodje monteert. Och ja, aas hoef je er niet voor mee te nemen. De rotsen zijn namelijk begroeid met schaalhoorns, een soort schelp die er als een vingerhoedje op staat. Deze kan je er af slaan met een steen, of eraf snijden door er met een vlugge beweging je mes eronder te schuiven. De inhoud blijft goed zitten op de haak en wordt hoog gewaardeerd door de lipvis.

Lipvis: totaal andere visserij!

Je leest het, wij hebben het uitstekend naar onze zin daar langs de Ierse kusten. Ik zou zeggen; geef het ook eens een kans als je nog eens naar Ierland gaat. Neem je bellyboot mee en reserveer alvast een mooie windstille dag voor deze visserij. Of boek een plekje op een van de vele charterboten die je in elke Ierse haven wel kunt vinden. Je zult gegarandeerd verrukt zijn door de natuur en de sterke vissen. Tight lines!

|> DIT ARTIKEL VERSCHEEN EERDER IN BEET MAGAZINE

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties.
  • Reactie toevoegen

    Vanaf NU niets meer Missen?

    De Mooiste Bestemmingen & Winacties Direct in je Mailbox!
    Inschrijven
    close-link